Georg MARCGRAF, Praefecturae Pernambucae Pars Borealis una cum Praefactura de Itamaraca.

Schaal in Duitse mijlen van 15 per graad, Spaanse mijlen van 17,5 per graad en uurmijlen van 19 per graad ; 42,1 x 51 cm ; in Gaspar BARLAEUS, Rerum per octennium in Brasilia ... historia. Amsteldami, Blaeu, 1647.

VB 11.416c D LP

De Verenigde Provinciën waren in de 17e eeuw een handelsmacht van de eerste rang, en een der voornaamste organen van deze hegemonie was de West-Indische Compagnie die gedurende 25 jaar - van 1624 tot 1650 -zorgde voor een Nederlandse aanwezigheid in Brazilië. De meest fascinerende jaren van deze kolonisatie waren die van 1637 tot 1644, toen Johan Maurits van Nassau-Siegen (1604-1679) gouverneur-generaal was. Deze was zich ten volle bewust van zijn zending: het land leren kennen ter bevordering van de exploitatie. Hij omringde zich dan ook met wetenschapsmensen en kunstenaars die alle aspekten van deze nieuwe wereld konden beschrijven: de schilders beeldden het landschap, de fauna en de flora af, terwijl de wetenschappers de geneeskunde, plant-en dierkunde, ethnologie en aardrijkskunde voor hun rekening namen. Een van de meest merkwaardige leden van deze groep was Georg Marcgraf (1610-1644). Deze universele geest was geboren te Liebstadt in Saksen, studeerde plant- en geneeskunde te Rostock en astronomie te Stettin, liep stage te Leiden en vertrok in 1638 naar Brazilië. Van expedities naar het binnenland bracht hij specimens mee die hij zeer scherpzinnig bestudeerde, ontleedde en klasseerde; Johan Maurits richtte zelfs een observatorium voor hem op in zijn paleis te Vrijburg. Marcgraf wilde het resultaat van zijn astronomische waarnemingen, waaronder een beschrijving van de zonsverduistering van november 1640, publiceren onder de titel Progymnastica Mathematica Americana, maar stierf tijdens zijn terugreis nar Europa vroegtijdig in Angola. Zijn nagelaten papieren werden verspreid en zijn slechts fragmentarisch gebruikt.

Deze kaart van Nederlands Brazilië, dat zich uitstrekte van de Rio Grande (de huidige Rio Ceara Mirim) op 5°35' Zuiderbreedte tot de Rio dos Pedras (de huidige Rio Vasa Barris) op 10°59' Zuiderbreedte, werd in 1643 voltooid en vormt het voornaamste kartografische werk van Marcgraf. Sommige historici hebben zich, zonder evenwel tot vaste konklusies te komen, afgevraagd of zij niet moet toegeschreven worden aan Johannes Vingboons of Cornelis Golijath, die eveneens als kartograaf voor Johan Maurits werkzaam waren. Wij houden ons aan de vermelding op de kaart "Quam propriis observationis ... delineabat Georgius Marggraphius, anno 1643", die trouwens bevestigd wordt door zijn werkzaamheden ter plaatse. De firma Blaeu heeft ze op vindingrijke wijze uitgegeven: dezelfde koperplaten dienden voor een wandkaart in één stuk (1646) en voor vier afzonderlijke kaarten opgenomen in het werk van Gaspar Barlaeus (1647). Joan Blaeu heeft deze vier kaarten vanaf 1663 opnieuw gebruikt in de verschillende uitgaven van zijn Atlas Maior. In het blad gewijd aan het Noorden van de prefektuur Pernambuco en de prefektuur Itamarca zijn de verbindingsstroken goed te zien: de cartouche in de linker bovenhoek en de door een lijn rechts aangeduide grens van Itamarca. Kusten en stromen zijn op een juiste manier getekend. Het nog onbekende binnenland wordt opgevuld door een met veel zin voor detail uitgevoerde voorstelling door Franz Post (1612-1680), waarop een suikerraffinaderij te zien is met op de achtergrond huizen van Europese kolonisten. Hierbij valt op te merken dat de voorbereidende tekening van de raffinaderij zich nu bevindt in het Museum voor Schone Kunsten te Brussel (Inventaris 4060, nr 2888).

In een privéverzameling te Utrecht bevindt zich nog een exemplaar van de wandkaart, wat vermeldenswaard is, daar dit soort dokumenten door zijn grote kans op beschadiging zeer zeldzaam is. Drie andere, onderling licht verschillende exemplaren, werden bijeengebracht in atlassen voor beroemde personen, en bevinden zich thans in openbare instellingen: de Klenck-atlas (British Library, Londen), de Atlas van de Grote Keurvorst (Deutsche Staatsbibliothek, Berlijn) en de Atlas van Rostock (Universiteitsbibliotheek, Rostock). Alle bevatten voorstellingen van dieren en planten en taferelen die indertijd alleen als pittoresk werden beschouwd, maar nu van groot ethnologisch belang blijken te zijn. Men vindt er ook een van Barlaeus overgenomen uitleg in drie talen : Latijn, Nederlands en Frans. In 1659 verzorgde Hugo Allard, en in 1664 Clement de Jonghe, nieuwe uitgeven van deze wandkaart.

Bibliografie


Breng me naar: Wereldkaarten en kaarten van Amerika / Kaarten van Noord-Amerika / Kaarten van Midden- en Zuid-Amerika / Inleiding

Terug naar: de homepage van de KBR